Epipactis helleborine var.moratoria nominaat vorm   

Tekst en Foto's: Ginus Bons


Breedbladige wespenorchissen op de Zuidwest Veluwe,
een klein onderzoek met verrassend resultaat.


De Breedbladige wespenorchis (Epipactis helleborine ssp. helleborine) groeit langs paden, in zomen, parken en zelfs in tuinen. Het is zondermeer de algemeenste orchidee van Nederland. Daarbij heeft de plant een weinig opvallende bloei. Ogenschijnlijk een grijze muis onder de Nederlandse flora. Zelf ben ik al decennia geboeid door de grote variabiliteit die deze soort tussen populaties kent, terwijl deze variatie binnen populaties voor orchideeën juist relatief klein is. Dit viel mij voor het eerst op in de jaren 80 van de vorige eeuw. Ik woonde in de Maasduinen en zag duidelijk verschillende ‘brede wespenorchissen’. In de toen mij beschikbare literatuur werd alles onder variabiliteit binnen de soort (genotype) en door groeiplaats (fenotype) geschaard. Vanaf december 2012 ben ik woonachtig in Bennekom en heb ik de naaste omgeving van de Gelderse vallei en de Veluwe leren kennen. Ook in deze omgeving viel mij op dat er markante verschillen tussen de populaties van de Brede wespenorchis aanwezig zijn.

Na wat jaren rond gekeken te hebben besloot ik, dit te onderzoeken. Om enige representatieve waarde te verkrijgen heb ik als voorwaarden gesteld, ten minste 10 locaties met minimaal 10 exemplaren in uiteenlopende ecotopen nader te beschouwen. In de driehoek Wageningen, Otterlo en Schaarsbergen heb ik die locaties, met enige moeite gevonden. De volgende plekken bleken aan die voorwaarden te voldoen; Nude omgeving Grebbedijk Wageningen, Franse Kamp Bennekom, Binnenveld Bennekom Kraatsweg, Moftbos Bennekom, Kievitsmeent Ede, Vitens terrein bij afslag A12 Bennekom, Landgoed Vrijland Deelen en Nationaal Park de Hoge Veluwe op drie locaties; de Kompagnieberg, omgeving Jachtslot St. Hubertus en rondom de Veentjeswei.


Naar mijn overtuiging had ik op enkele onderzochte plekken met andere ‘soorten’ van doen. Maar gezien de complexe materie had ik afstemming met specialisten nodig. Zo af en toe stuurde ik een foto door en daar kreeg ik dan ook prompt respons op. Zo groeide ik meer en meer in de materie van ‘helleborine’, want dat het niet eenvoudig was, dat wist ik al langer. De tijd staat niet stil en kennis en inzichten in de taxonomie en ecologie van onze ‘grijze muis’, is in de laatste decennia sterk verbeterd. Mede door DNA-onderzoek, maar vooral ook door inzet van specialisten heeft het vakgebied een scherpere kijk met meer nuance gebracht. Verschillende duidelijk herkenbare ondersoorten zijn tegenwoordig goed beschreven, afgebeeld en taxonomisch erkent. Voor Nederland zijn Hans Dekker en Karel Kreutz hier zonder meer zeer verdienstelijk in geweest met de uitgaves van diverse degelijke publicaties.

Naar mijn overtuiging had ik op enkele onderzochte plekken met andere ‘soorten’ van doen. Maar gezien de complexe materie had ik afstemming met specialisten nodig. Zo af en toe stuurde ik een foto door en daar kreeg ik dan ook prompt respons op. Zo groeide ik meer en meer in de materie van ‘helleborine’, want dat het niet eenvoudig was, dat wist ik al langer.

De tijd staat niet stil en kennis en inzichten in de taxonomie en ecologie van onze ‘grijze muis’, is in de laatste decennia sterk verbeterd. Mede door DNA-onderzoek, maar vooral ook door inzet van specialisten heeft het vakgebied een scherpere kijk met meer nuance gebracht. Verschillende duidelijk herkenbare ondersoorten zijn tegenwoordig goed beschreven, afgebeeld en taxonomisch erkent. Voor Nederland zijn Hans Dekker en Karel Kreutz hier zonder meer zeer verdienstelijk in geweest met de uitgaves van diverse degelijke publicaties. De recente uitgave, ‘De Orchideeën van de Benelux’ van Karel Kreutz (2019), is wel het meest bruikbare Nederlandstalige werk bij het herkennen en determineren van de ondersoorten van de Breedbladige wespenorchis. Tijdens de eindejaar bijeenkomst (2019) van de Werkgroep Europese Orchideeën in Maarn gaf Karel Kreutz een lezing. Na afloop gaf hij aan dat hij in 2020 naar de Veluwe wilde komen om wat exemplaren van dichterbij te bekijken. Aan de hand van mijn foto’s was toen al een sterk vermoeden dat we met meerder ondersoorten van Epipactus helleborine van doen hadden.

Op 25 juli 2020 zijn we, samen met zo’n tien andere geïnteresseerden op diverse locaties, de populaties nader gaan beschouwen. Op het landgoed Vrijland staan veel helleborines, waarvan enkele exemplaren wat twijfelachtige kenmerken vertonen van var. Orbicularis. Deze variatie werd beschouwd binnen de bandbreedte van E. helleborine ssp. helleborine. Vervolgens reden we naar de Kompagnie Berg in het Nationaal Park de Hoge Veluwe, om daar de vermoedelijke populatie van de Laat bloeiende wespenorchis (Epipactis helleborine var. Moratoria) onder de loep te nemen. Toen de (onder-)soort door Karel Kreutz werd bevestigd, volgde een positieve explosie in de groep. We telden maar liefst 250 exemplaren, van deze kleine soort. Tussen deze plantjes stonden enkele duidelijk afwijkende exemplaren met een spitse lip. Karel Kreutz en Hans Dekker doen hier verder onderzoek naar.

Het derde locatiebezoek was in het noorden van het Park de hoge Veluwe, in omgeving het Jachtslot St. Hubertus. Ook hier werd het voorkomen van de Laat bloeiende wespenorchis bevestigd. Daar telden we ongeveer 40 exemplaren. Door de bevestiging van de twee groeiplaatsen, kan NP de Hoge Veluwe een zeldzame orchideeënsoort toevoegen aan de lijst bijzondere soorten. Tot nu toe is de Laat bloeiende wespenorchis namelijk, van slechts twee andere plekken in Nederland bekend.


De laatste bezoeklocatie van de dag was op het bedrijventerrein de Kievitsmeent in Ede. Een bedrijventerrein met veel natuur, vooral langs en in de omgeving van de brandvijvers. Daar staan ongeveer 150 fors uitgroeiende wespenorchissen bij elkaar. Deze populatie bestaat overduidelijk uit de Rondbladige wespenorchis (Epipactis helleborine var. Orbicularis). Een statige verschijning op een onverwachte locatie.

Conclusie: De provincie Gelderland blijkt twee bijzondere orchideeënsoorten rijker te zijn dan tot voor kort bekend was; te weten de Rondbladige wespenorchis en de Laatbloeiende wespenorchis.

Deze laatste soort is in Nederland zeer zeldzaam. Naast de twee groeiplaatsen binnen het Nationaal Park de Hoge Veluwe is de soort van slechts twee andere plekken in Nederland bekend. Huidige taxonomische inzicht geeft een beter beeld van de plek van de diversiteit binnen de ‘soort’ Breedbladige wespenorchis.

Een nadere beschouwing toont aan dat deze ‘grijze muis’ meer aandacht nodig heeft dan tot nu het geval is.

Vanuit het biodiversiteitsvraagstuk is het op zijn plaats deze ondersoorten beter te leren (her-)kennen. Gericht beheer op behoud of uitbreiding van populaties van deze ondersoorten is dan ook op zijn plaats.

Maatwerk in maaibeheer, bosbeheer en wildbeheer zullen nodig zijn. Zo kunnen wilde zwijnen in een nacht een groeiplaats volledig vernietigen. Uitrasteren van de weinig omvangrijke groeiplaatsen en zorgvuldig bos- en bermbeheer met aandacht voor deze soorten wordt dan ook warm aanbevolen.

Dankwoord: Karel Kreutz, Hans Dekker, Jos Lammers en Huub Löffler die mij bijstonden bij het determinatiewerk. Verder de leden van de Florawerkgroep van het Nationaal Park de Hoge Veluwe. Christian Oskamp en Jasper Visser van de gemeente Ede. Het bestuur van De Werkgroep Europese Orchideeën.