Tekst: Jan Bokdam, Foto's: Eduard Osieck, Jan Bokdam,

De Florawerkgroep heeft een druk jaar achter de rug.

Ledenbestand
De Florawerkgroep telt momenteel 20 leden en 1 aspirant lid. In 2020 zullen 2 leden vanwege hun leeftijd hun lidmaatschap moeten opzeggen. Nieuwe, gemotiveerde plantenzoekers met een basale soortenkennis zijn welkom.


Tijdsbesteding
Tijdens vier winterbijeenkomsten hebben we onze lopende projecten besproken in aanwezigheid van het Park (L. Krul), de Bosgroep (J. Bouman), onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam (G. Oostermeijer, S. Luijten en studenten), Wageningen Universiteit (Ph. Vergeer) en de Stichting Levend Archief (J. Schaminée). Vanaf april tot eind oktober werden alle dinsdagochtenden besteed aan veldwerk ten behoeve van het verspreidingsonderzoek en de adviezen voor Houtoogst en Beheer Open Ruimte. Op twee dinsdagen (25/6 en 27/8) was het te heet voor buitenwerk. In het najaar besteedden we twee ochtenden aan mossen en twee aan paddenstoelen. In totaal 948 uur (316 mens-ochtenden van 3 uur). Daarnaast hebben we op andere dagen in kleinere groepjes en individueel veel tijd in het veld besteed aan verspreidingsonderzoek, populatiemonitoring, effectgericht monitoringsonderzoek en daar bovenop aan planning, voorbereiding en rapportage.


Verspreidingsonderzoek

In de loop van de zomer boekte onze databankbeheerder Douwe van Dam de 80.000-ste waarneming. Om dat te vieren trakteerde het bestuur van de VVHV ons op koffie met gebak. Alle aanwezige leden werden daarbij door onze databankbeheerder ’’geridderd” in de ‘Orde van Hubertus’.

Eind 2019 staat de teller van het aantal ooit in het Park (exclusief vv Deelen) gevonden soorten vaatplanten op 861. De vondst van nieuwe soorten ging in 2019 ‘gewoon’ door met 16 soorten, waaronder Daslook in een bosrand bij het Dienstgebouw, Wilde sorgo, geteeld op een akker op de Kemperberg, Engels gras op het dak van de fietsenwerkplaats, drie adventieven (Mariadistel, Hennep en Spinazie) opgeslagen uit vogelvoer bij vogelkijkhutten en Koekruid, een tuinontsnapping.

Raadselachtig zijn de soorten die na een lange periode (van waarschijnlijke afwezigheid) plotseling weer opduiken. In 2019 waren dat Kamvaren in de Orchideeënhoek (niet gezien sinds 1984) en Wilde reseda ten zuiden van de Kemperberg (sinds 1995 niet gevonden). Wel verklaarbaar was het opnieuw verschijnen van enkele verdwenen akkeronkruiden (Slofhak, Korensla, Ruige klaproos en Bleekgele hennepnetel) op enkele pleegakkers in het Park, waar ze in 2019 in het kader van een landelijke reddingsoperatie waren ingezaaid. Hopelijk is hun terugkeer blijvend. Op de pleegakkers verschenen na inzaai ook de nog nooit eerder in het Park gesignaleerde akkeronkruiden Dreps en Geel viltkruid.

De paddenstoelenwerkgroep (Marjo en Nico Dam en Linda Smit) heeft ook dit jaar weer op verschillende plekken in het park geïnventariseerd. Ook is er half oktober een drietal excursies voor leden van de Nederlandse Mycologische Vereniging georganiseerd. Tijdens die excursies werden drie soorten paddenstoelen ontdekt die niet eerder in ons land waren vastgesteld: Bionectria ralfsii, Dialonectria diatrypicola en Hilberina munkii. Het zijn piepkleine zwammetjes (< 0,5 mm) die met het blote oog nauwelijks opvallen (Foto’s en determinatie nieuwe soorten: Eduard Osieck).


Bionectria ralfsii Dialonectria diatrypicola

Ook de vorig jaar voor het eerst gevonden korsttrilzwam Aporpium canescens is teruggevonden op twee verschillende plekken, op liggende verrotte beuken in het Jan Aaltensland. Net als vorig jaar hebben we moeten constateren dat het droge voorjaar en de droge zomer tot gevolg heeft gehad dat er een groot deel van het jaar weinig te beleven was op gebied van de paddenstoelen. En dat vooral de mycorrhiza soorten het lieten afweten.

Populatiemonitoring.

De Florawerkgroep volgt de populaties van enkele belangrijke soorten in het Park. In 2019 werden 245 rozetten van Rietorchis gevonden waarvan 93 bloeiend, 110 rozetten waarvan 80 bloeiend van Gevlekte orchis, 31 rozetten van Grote keverorchis waarvan 13 bloeiend en 990 fertiele scheuten van Addertong . De telling van Gelobde maanvaren leverde in 2018 door de droogte nauwelijks iets op. In de eerste week van 2019 werden met heel veel moeite 8 verdroogde, fertiele scheuten gevonden. De vrees bestaat dat deze soort in het Park ernstig van de twee hete, droge zomers te lijden heeft gehad. Heidezegge bloeide schaars in 2019 maar lijkt net als Kleine schorseneer minder onder de extreme hitte en droogte van 2018 en 2019 geleden te hebben. De laatste soort bloeide dit jaar goed en vertoonde tot begin november groene rozetten


Effectgerichte monitoring

De Florawerkgroep verricht al enkele jaren onderzoek naar effecten van ingrijpende invloeden en beheerinterventies op de flora.

Runderbegrazing (2011-2016). In het Deelense Veld werden van 2011 tot en met 2018 de effecten van zomerbegrazing met runderen op een lokale populatie van Klokjesgentiaan en de matrixvegetatie (vochtige Pijpenstrootjeheide) onderzocht. De rapportage wordt in 2020 verwacht.

Fliegerhorst Deelen. Leden van onze werkgroep werken samen met Natuurgidsen en een lid van de Dennenscheerders om de relicten van Fliegerhorst Deel in het Park te inventariseren en hun relevantie voor heischraal grasland vast te stellen. Er waren 2 bijeenkomsten en een excursie in 2019. Het lijkt erop dat de opstelplaatsen en enkele stukken rolbaan de meest gave en minst verzuurde heischrale graslanden van het Park herbergen.

Ontbossing Corridor Zinkgat. Op verzoek van het Park volgt de Florawerkgroep de ontwikkeling van de flora in de Corridor Zinkgat. In september 2016 werd over een lengte van 700 m het Grove dennenbos gekapt op een strook, bestaande uit een rolbaan, een spoorbaan (bommenlijntje) van de Fliegerhorst en het naastliggend, niet geëgaliseerd stuifzandgebied. Het doel van de boskap is het herstel van heischraal grasland ten behoeve van de flora en fauna, vooral de dagvlinders. Aan de oostzijde is op het stuifzand een baan bos gespaard, die als blanco voor de gekapte strook fungeert. Op 5 augustus zijn de eerste vegetatieopnames gemaakt in de 4 banen (Tansley) en in 3 series van 4 PQ’s van 5x5 m (bedekkingsschatting). De vegetatie verschilt sterk tussen enerzijds de twee banen van Fliegerhorst Deelen en anderzijds het stuifzandgedeelte. Geen wonder na een ontwikkeling van bijna 80 jaar op verschillende substraten.

Plaggen Orchideeënhoek. Eind augustus zijn de plagplek in de Orchideeënhoek daterend uit de winter 2011/2012, en de bijbehorende naastliggende blanco, een wilgenstruweel, opgenomen. In september is de opslag van Grove den op de plagplek handmatig verwijderd onder regie van de Bosgroep. Deze opslag belemmerde de natte heide-flora met o.a. Gevlekte orchis rondom de zwakgebufferde kwelplek.

Plaggen Veentjeswei. Op 2 juli zijn 4 transecten op de geplagde en daarna gemaaide natte graslanden van de Veentjeswei opgenomen. De natte schrale graslandvegetatie ontwikkelt zich goed en herbergt een flinke populatie Rietorchissen.


Diep wintermaaien (ondiep chopperen) van heischraal grasland op het Braamsveld. In februari 2019 zijn op verzoek van de Florawerkgroep als proef 2 banen van 100 m lengte gemaaid: 1 in oude Struikhei op de Rolbaan en 1 in oude Pijpenstrootje ernaast. Naast elke gemaaide baan is een onbehandelde strook gespaard als blanco. Tussen beide ligt als vijfde behandeling een strook Pijpenstrootje die sinds 2014 ‘s winters handmatig gemaaid is. Het doel is de aanwezige Heidezegge en Kleine schorseneer meer ruimte te geven. In de voorzomer zijn 2 raaien met elk 5 PQ’s (5x5 m) over de 5 banen uitgezet. In mei zijn het aantal m2-groeiplaatsen en het aantal bloeiwijzen van Heidezegge en Kleine schorseneer in de banen per segmenten van 10 m geteld en is in de PQ’s de hoeveelheid van beide soorten genoteerd.

In augustus is in de PQ’s de bedekking van de overige vaatplanten opgenomen en in november die van mossen en korstmossen. De resultaten van het diep wintermaaien in het eerste groeiseizoen zijn hoopgevend. De aanwezige Heidezegge en Kleine schorseneer hebben de maaibehandeling goed overleefd. In het voorjaar 2019 bloeiden zij niet of nauwelijks, mogelijk door schade door de ingreep aan de bloemknoppen. Plotselinge blootstelling aan hitte en droogte in 2019 speelde wellicht ook een rol. We kijken nu al uit naar de resultaten in 2020


Advisering

De werkgroep bracht adviezen uit aan het Park inzake de Houtoogst in de noordelijke sector en het Beheer Open Ruimte in de oostelijke en assisteerde bij de markering van kwetsbare locaties. Voor het belangrijke Braamsveld is een apart advies uitgebracht. Hierin is het verhogen van de begrazingsdruk en het geleidelijk diep maaien in de winter van Pijpenstrootje aanbevolen. De groeiplaatsen van Kleine schorseneer in vervilte en verheide heischrale graslanden kunnen het beste kleinschalig en handmatig vrijgesteld worden. Verder is geadviseerd om kwetsbare venoevers in de herfst handmatig te maaien en het handmatig maaien in de maaiproef op het Braamsveld voort te zetten.

Overige activiteiten

Veel energie werd het afgelopen jaar gestoken in het uittesten en verbeteren van de Biodiversiteitsapp. De App fungeert desondanks helaas nog steeds niet naar behoren. Op 6 juni bezochten we onder leiding van Marchien van Looij het Natuurontwikkelingsproject Boelekeerlspad bij Zelhem. Op 7 juni leidde Douwe van Dam een excursie naar de gruisbodems van oude rolbanen op de vliegbasis Deelen . Philippine Vergeer vertelde ons op 9 juli in de kassen van de WUR over de resultaten van haar experimenten met Heidezegge.

Nawerking van de droogte van 2018

De sporen van de droogte van 2018 en 2019 zullen nog jaren zichtbaar blijven. Fijnspar, Rhododendron, Blauwe bosbes, Struikhei en Pijpenstrootje zijn locaal afgestorven, vooral op droogtegevoelige plaatsen. Het zijn allen soorten van een koel en vochtig atlantisch en/of montaan klimaat. Soorten met een continentale verspreiding zoals Heidezegge, Kleine schorseneer en Hondsviooltje lijken beter tegen droogte en hitte bestand te zijn. Wellicht profiteren ze zelfs van de schade die hun concurrenten leden.


Plannen voor 2020

De lopende activiteiten worden in het komende jaar voortgezet. De groeiplaatsen van Kleine schorseneer worden na 2017 in 2020 opnieuw gecontroleerd. Ook om het kleinschalig vrijstellen van deze icoonsoort in de vervilte Schapengras en vermoste oude Struikhei vegetatie mogelijk te maken. De Florawerkgroep streeft erna in 2020 een tweede versie van de Vaatplantenatlas van het Park uit te brengen.