Dwalen door

het Jachthuis

Tekst en foto’s: Ben Nieuwenstein

De rondleiders van het jachthuis Sint Hubertus genieten er iedere keer weer van als ze de bezoekers kunnen laten zien hoe bijzonder de creatie van Berlage is. Bijzonder, want of het nou mooi is? Daar kun je nog wel een boom over opzetten. Helene Kröller-Müller stemde in met de kwalificatie “een hard en wreed” gebouw door een voorname bezoeker, en ooit verzuchtte ze dat Berlage je muren opdringt.



Toen Anton en Helene aan het eind van hun leven in het jachthuis kwamen wonen, hebben ze dan ook wel het nodige aangepast om het huis enigszins leefbaar te maken. Tegenwoordig is het echter geen woonhuis meer maar een soort museum. Op bijzondere momenten in het jaar proberen de rondleiders het gebouw toch iets minder hard en wreed te laten overkomen.

Bijvoorbeeld door rond Kerst en 'Oud en Nieuw' de tafel in de eetkamer in volle pracht te dekken. Of door, zoals toen er laatst open dag was, her en der in het gebouw paspoppen neer te zetten die aangekleed zijn met de kostuums van de bewoners, bezoekers en het personeel uit de tijd dat Anton en Helene het huis bewoonden.


Toch kan het zeker in de donkere wintermaanden, ondanks de zorgvuldige aankleding, soms onaangenaam zijn om door het gebouw te dwalen. Voordat de rondleidingen beginnen, loopt de dienstdoende assistent de ronde door het lege, donkere, “harde, wrede” huis om overal de lichten te ontsteken zodat de bezoekers zich welkom zullen voelen.


In het boudoir van Helene

En dan kan het zomaar ineens gebeuren dat je de deur van het boudoir van Helene openmaakt en je helemaal te pletter schrikt omdat daar ineens iemand naast de kaptafel je vanonder een grote hoed staat aan te gluren. Helene kan het niet zijn, die was naar verluid maar 1.56 meter groot, en deze persoon heeft de standaard etalagepoppenmaat. Nee, Helene is het niet, die droeg haar kraagjes hoog om de hals gesloten.

Deze dame is, net als de dienstdoende assistent, slechts tijdelijk te gast in dit bijzondere gebouw.